Het bleek een goede zet. Begin 2023 is de polikliniek voor cliënten met een verstandelijke beperking omgevormd naar een expertiseteam licht verstandelijke beperking (LVB). Het team behandelt zelf cliënten en deelt daarnaast binnen heel GGZ Delfland kennis over het omgaan met cliënten met een laag IQ. ‘Als je sneller herkent dat iemand je niet begrijpt, kun je jouw communicatie aanpassen. Dat maakt zo’n groot verschil in het contact en de behandeling!’
Het bleek een goede zet. Begin 2023 is de polikliniek voor cliënten met een verstandelijke beperking omgevormd naar een expertiseteam licht verstandelijke beperking (LVB). Het team behandelt zelf cliënten en deelt daarnaast binnen heel GGZ Delfland kennis over het omgaan met cliënten met een laag IQ. ‘Als je sneller herkent dat iemand je niet begrijpt, kun je jouw communicatie aanpassen. Dat maakt zo’n groot verschil in het contact en de behandeling!’
Van polikliniek naar expertiseteam
‘Cliënten met een licht verstandelijke beperking konden vroeger alleen naar onze ‘poli VB’. Nu kunnen ook onze reguliere poliklinieken in Delft en Schiedam cliënten met een laag IQ behandelen’, vertelt Larisa Vakoulsky, klinisch psycholoog en sinds 2022 ook manager behandelzaken van de polikliniek voor volwassenen en het expertiseteam LVB in Schiedam. ‘Daardoor is de zorg voor deze kwetsbare groep cliënten beter ingebed in de teams. Het expertiseteam ziet zelf ook nog cliënten, bijvoorbeeld als het IQ lager is dan 70 of als er een complex samenspel is met psychische klachten en omgevingsfactoren. Maar de nadruk ligt minder op overnemen en meer op meedenken en tips geven.’
Een gemiddelde polikliniek heeft zo’n 25 tot 30 procent cliënten met laag IQ. En bij ernstige psychiatrische aandoeningen, crisiszorg en in klinieken is dit percentage zelfs 65 procent of hoger
Larisa Vakoulsky
Veel meer cliënten met laag IQ
De verschuiving was hard nodig. De wachtlijst voor de kleine, geïsoleerde poli VB liep op. Daarnaast bleek uit landelijk onderzoek dat er nog veel meer cliënten met een laag IQ zouden moeten zijn. ‘Maar dat zagen wij niet terug in de cijfers’, vertelt Larisa. ‘Een gemiddelde polikliniek heeft zo’n 25 tot 30 procent cliënten met laag IQ. En bij ernstige psychiatrische aandoeningen, crisiszorg en in klinieken is dit percentage zelfs 65 procent of hoger. De vraag ontstond daardoor: zijn ze er bij ons niet of herkennen we ze onvoldoende? Met het risico dat we cliënten ongemerkt overvragen, classificaties missen en behandelingen niet goed aanslaan. We willen hen eerder herkennen en beter behandelen.’
Ander beeld bij laag IQ
‘Wij spreken liever over een ‘laag IQ’ dan over een verstandelijke beperking.’ Aan het woord zijn klinisch neuropsycholoog Max Goosen en klinisch psycholoog Florine Engelberts van het expertiseteam LVB. ‘De IQ-definities zijn verwarrend en zoals Larisa ook zegt, is het beeld daardoor niet helder. Bij het woord ‘verstandelijke beperking’ hebben collega-behandelaren al snel het idee ‘dat ze dat niet kunnen’. Maar ze doen het al. Ze behandelen meer cliënten met een laag IQ dan ze denken.’
Kennis delen en meekijken
In Delft en Schiedam, de locaties waar Max en Florine met hun expertiseteam werken, zijn ze meteen gestart met het delen van kennis. ‘We geven scholing en consultatie, sluiten aan bij gesprekken met cliënten, denken mee over de behandeling en nemen ook deel aan het multidisciplinair overleg (MDO).’ Wat we onze collega’s leren? Florine moet lachen: ‘Dat ze bekwamer zijn dan ze denken! Maar serieus, stap één is herkennen dat je cliënt een laag IQ heeft en dit laten onderzoeken. Als duidelijk is dat een cliënt een laag IQ heeft, kun je je communicatie daarop aanpassen.’
Vooral de communicatie aanpassen
Maar wát moet je dan aanpassen in de communicatie? Max: ‘Bij mensen met een laag IQ zijn de cognitieve functies anders ontwikkeld. Het werkgeheugen is minder belastbaar, de woordenschat vaak kleiner en de verwerkingssnelheid meestal lager. Daarom moet je bijvoorbeeld je tempo aanpassen. Eén ding tegelijk, opknippen in brokjes, visualiseren en herhalen. Stel bijvoorbeeld niet drie vragen achter elkaar. “Hoe was je reis, waar kom je vandaan en waarom ben je hier aangemeld?” Eén vraag tegelijk. Wacht ook even op het antwoord. En praat in korte zinnen, met concrete woorden en voorbeelden. Bijvoorbeeld niet: “Wat is je klacht?” Die vraag is vaak veel te groot en abstract. Maar: “Je huisarts schreef dat je soms bang bent. Klopt dat?” Begin met iets concreets en eenvoudigs en bouw langzaam uit.’
Tekenen!
‘Ik zwaai ook altijd met mijn blocnoteje of whiteboardstift’, voegt Florine toe. ‘We schrijven meer op, we tekenen meer. Daardoor vertraag je je eigen communicatie en neem je een cliënt makkelijker mee in beeld. Stel dat je het onderscheid duidelijk wilt maken in denken, voelen en doen. Teken dan een simpel poppetje, met een hoofd, buik en benen. En het liefst iets wat kenmerkend is voor de cliënt: lang haar of een pet. Dat kan iedereen. “Oké, en wat dacht je toen?” Teken een denkwolk boven het hoofd. “Wat zei de ander toen?” Maak een spreekwolk bij het andere poppetje. Stap voor stap. Laat de cliënt ook een foto maken van aantekeningen en voeg zelf een foto toe aan het dossier.’
De misvatting is dat de behandeling anders moet zijn. Maar dat hoeft helemaal niet
Max Goosen
Behandeling is hetzelfde, maar eenvoudiger
‘De misvatting is dat de behandeling anders moet zijn. Maar dat hoeft helemaal niet’, benadrukt Max. ‘Als je weet hoe je cognitieve gedragstherapie moet geven, kun je dat ook voor mensen met een laag IQ. Er zijn landelijk ook al flink wat behandelmodules herschreven. Die zijn eenvoudiger in taal, hebben meer beeld en zijn ook meer opgeknipt. Soms zelfs één stap per sessie, omdat het anders teveel tegelijk wordt. Ik parkeer ook weleens een onderwerp als een cliënt niet meteen alles kan of wil vertellen. Letterlijk door een parkeerplaats te tekenen. “Heb je sombere gedachten?” “Ja.” “Wil je dit veranderen?” “Ja.” “Maar liever later?” “Ja.” Oké, dan parkeer je dat en teken je het op de parkeerplaats. Daarmee geef je ook aan dat je iemands grenzen respecteert en tegelijk dat het onderwerp wel aandacht zal krijgen.’
Bij deze cliënten wordt vaak gedacht dat ze niet hun best doen, maar ze begrijpen je vaak niet
Max Goosen
Beter contact met cliënten
Het expertiseteam is nog maar een jaar actief, maar ze zien echt dat het werkt. ‘We zien dat de onzekerheid en handelingsverlegenheid bij collega’s verdwijnt. In het begin was er twijfel: “Moeten we dit zelf doen? Dat kunnen we helemaal niet.” Maar ze kunnen het prima!’ En voor cliënten is het natuurlijk ook fijner, want ze voelen zich veel beter gehoord. ‘Bij deze cliënten wordt vaak gedacht dat ze niet hun best doen, maar ze begrijpen je vaak niet. Op het moment dat je je aanpast aan hun tempo en écht contact maakt, kun je zoveel bereiken. De slagingskans van de behandeling is dan ook hoger.’
Uitbreiding samenwerking
Na de start op de vloer in Delft en Schiedam is het expertiseteam steeds vaker bij andere teams en locaties te vinden. ‘We hebben samen met het psychodiagnostisch centrum (PDC) de diagnostiek besproken. Hoe test je deze cliënten en hoe interpreteer je de scores? Zij onderzoeken nu naast het intelligentieniveau ook het adaptief functioneren, dus hoe doet iemand het met dagelijkse dingen, zoals zelfzorg, maatschappelijke vaardigheden en sociaal contact.’ Ook met het FACT-team, dat intensieve zorg bij mensen thuis biedt, is in Schiedam samenwerking gezocht, zodat zij bij crisissen of psychoses beter weten hoe ze deze cliënten kunnen opvangen en minder snel hoeven door te verwijzen.
We zijn expert in klein denken, dus we zijn blij met elke stap. Maar we hebben nog een hele waslijst aan wensen
Florine Engelberts
Toekomstplannen
‘We zijn nog maar net begonnen.’ Het is een zinnetje dat Florine tijdens het interview regelmatig uitspreekt. ‘We zijn expert in klein denken, dus we zijn blij met elke stap. Maar we hebben nog een hele waslijst aan wensen. We willen onze kennis verder uitbreiden naar andere poliklinieken, zoals Naaldwijk en Ypenburg, zodat cliënten daar ook gewoon naar hun eigen poli om de hoek kunnen. We delen steeds meer kennis op intranet. En we willen nog meer meekijken en scholing geven in de klinieken. Bij onze eerste scholingen in 2023 was er bij het verplegend personeel al zoveel herkenning: “Die cliënten hebben we al!” Met ogenschijnlijk kleine veranderingen in benadering en woordkeuze kunnen ze meteen verbetering aanbrengen in hun werk.’
Geen exclusiecriterium meer
Max zal verder de route die een cliënt met laag IQ doorloopt binnen GGZ Delfland beschrijven en optimaliseren. ‘We vinden het belangrijk dat cliënten zoveel mogelijk worden bediend vanuit het team waarvoor ze zijn aangemeld. Daarnaast is een laag IQ geen exclusiecriterium meer in onze zorgprogramma’s. Hoe komt een cliënt binnen? Welke bestaande behandelmodules moeten we voor cliënten met een laag IQ herschrijven en vereenvoudigen?’
In Schiedam is er bijvoorbeeld een Fit op weg-poli, waarbij er met een cliënt eerst gewerkt wordt aan leefstijl en pas daarna met de psycholoog of psychiater aan de psychische klachten. Daar deed de poli VB nooit aan mee; er was geen ruimte voor. ‘Nu is de werkwijze herschreven en kunnen we dit ook aanbieden voor deze cliënten. We bedienen niet meer geïsoleerd een groepje apart van de rest, maar halen steeds meer drempels weg. Is er sprake van psychiatrie, dan ben je welkom bij GGZ Delfland. Dus ook mensen met een laag IQ.’
Wat vond je van het verhaal?
Deel dit artikel: